De opkomst van mindfulness in de hedendaagse psychologie

 

 

De laatste jaren is er een gestaag groeiende stroom belangstelling voor de toepassing van meditatietechnieken binnen de reguliere gezondheidszorg. Mindfulness is een gevleugeld woord geworden en je kunt tegenwoordig geen blad over gezondheid of psychologie meer openslaan of je vindt wel een artikel of advertentie waarin naar mindfulness verwezen wordt. Niet alleen in populaire, maar ook in kringen van de gevestigde beroepsgroepen is enige commotie ontstaan nu het erop lijkt dat de toepassing van meditatie een serieuze plek heeft gekregen in het arsenaal aan technieken en behandelmethodes die ons ter beschikking staan. Met enige gretigheid wordt er ingetekend op cursussen, opleidingen en trainingen waarin ons mindfulness wordt aangeboden. Het is opmerkelijk dat er in de loop van een aantal jaren een omslagpunt gekomen lijkt te zijn waarbij meditatietechnieken, die voorheen toch een wat dubieus aanzien hadden binnen kringen van gevestigde wetenschappers ineens serieus genomen worden. Zo tot en met de jaren negentig van de vorige eeuw was meditatie toch iets waar je als geregistreerde en reguliere beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg een beetje mee op moest passen en een fenomeen wat toch vooral in de alternatieve hoek thuis hoorde. Daar is inmiddels behoorlijk verandering in gekomen. We zien echter, naast de verschijning van serieuze onderzoeksresultaten in de vakliteratuur, vooral een toenemende stroom aan populaire boeken en boekjes op dit gebied. Met name de korte, dunne boekjes met Zen-achtige teksten doen het goed in de boekwinkel.

Tegen de achtergrond van deze nieuwe en mijns inziens toch positieve ontwikkeling is het opvallend dat er weinig aandacht lijkt te zijn voor de achtergronden en oorsprong van mindfulness. De praktische toepasbaarheid lijkt voorop te staan en fundamentele vragen worden weinig gesteld. Waar komt mindfulness vandaan? Wat betekent de term mindfulness eigenlijk? Is het net zo makkelijk te leren als andere vormen van behandeling? Wie zijn er eigenlijk bevoegd en in staat om mindfulness aan anderen te onderwijzen? Wat is het verschil tussen mindfulness en andere vormen van meditatie? Wat is het verschil tussen mindfulness zoals het wordt onderwezen door een psycholoog en door een ervaren boeddhistische leraar? Zijn er ook gevaren of risico’s verbonden aan de toepassing van mindfulness? Voor wie is het wel geschikt en voor wie niet? Niet al deze vragen kan ik beantwoorden. Het volgende is een eerste aanzet.

Het ontstaan van mindfulness als vorm van therapie

Zo tegen het einde van de twintigste eeuw kon men een toenemende polarisatie waarnemen in de gezondheidszorg. Aan de ene kant zagen we een toenemende belangstelling voor alternatieve en spirituele richtingen die welhaast aan een wildgroei deed denken. Aan de andere kant zagen we hoe de gevestigde psychologie en gezondheidszorg zich steeds meer hiertegen afzetten en met de invoering van allerlei kwalificaties en reglementen de vermeende zuiverheid van het vak trachtten te waarborgen. Deze polarisatie leek zich steeds meer te verharden totdat daar ineens het fenomeen mindfulness de kop op stak. In de loop van enkele jaren ontwikkelde mindfulness zich tot welhaast een soort hype onder beroepsbeoefenaren. Meditatie, voorheen beschouwd als de dubieuze bezigheid van vage alternatievelingen, werd ineens een modieuze term en een soort lievelingstechniek in gevestigde kringen waar iedereen graag over mee wil kunnen praten. Publicaties en opleidingen schieten als paddestoelen uit de grond en de markt wordt overstroomd door veelal gemakkelijk leesbare en populaire lectuur met steevast het toverwoord mindfulness in de titel.

Het mindfulnesskonijn werd zomaar ineens uit de hoge hoed getoverd (zo leek het) door Jon Kabat Zinn, een microbioloog die binnen de context van een Amerikaans ziekenhuis trainingen begon te geven in wat hij aanduidde als “mindfulness based stress reduction”. Waar het in feite op neer kwam was dat hij enkele simpele boeddhistische meditatie­technieken, evenals een lichaamsgerichte oefening als de bodyscan en een aantal yoga-oefeningen in de vorm goot van een training van acht zittingen. Zijn doelgroep bestond daarbij uit patiënten die verwezen werden vanuit de rest van het ziekenhuis en die door de artsen daar als min of meer onbehandelbaar of als hopeloos geval werden beschouwd: mensen met allerlei vage lichamelijke klachten, onbehandelbare ziekten, chronische pijn, slapeloosheid, burn-out, chronische vermoeidheid naast terminale patiënten.

Kabat Zinn was geen arts of psycholoog, maar had wel een wetenschappelijke opleiding doorlopen en was al jarenlang een toegewijde beoefenaar van mindfulness meditatie. Zoals hij zelf telkens opnieuw uitlegt in interviews wilde hij weten of de boodschap en belofte van het boeddhisme, zoals deze twee en een half duizend jaar geleden al onder woorden werd gebracht door de Boeddha en terug te vinden is in talrijke boeddhistische geschriften, ook inderdaad van toepassing was op het concrete menselijke lijden van westerlingen met soms ongeneeslijke aandoeningen en een min of meer uitzichtloos perspectief. Uit onderzoek kwam na verloop van tijd naar voren dat een groot aantal van deze mensen de aangeboden meditatietraining van acht sessies als een uiterst waardevolle aanvulling op hun behandeling beschouwden. De kwaliteit van hun leven ging er vaak op vooruit, hoewel de ernst van de klachten op zich er soms helemaal niet beter door werd. Wat Kabat Zinn in feite deed was een kader scheppen waarbinnen de aloude essentie van boeddhistische meditatie kon worden toegepast binnen een westerse, medische context zonder dat de gebruikelijke vooroordelen en weerstanden de overhand kregen. Het is ongetwijfeld mede te danken aan zijn persoonlijke toewijding en grote kwaliteiten dat medici en onderzoekers erkenning gaven voor het belangrijke werk dat hij deed. Ze konden simpelweg niet meer om hem heen. De mensen die zijn trainingen volgden waren over het algemeen dankbaar en vol lof. Dit leidde ertoe dat er meer en meer belangstelling ontstond vanuit verschillende richtingen.

Onder de belangstellenden bevonden zich een aantal onderzoekers en psychologen die op zoek waren naar nieuwe behandelmethoden voor depressieve klachten. Depressie is een van de aandoeningen of ziektes waarvoor de medische wetenschap slechts op beperkte schaal antwoorden heeft kunnen vinden. Medicatie blijkt in een aantal gevallen tijdelijk en gedeeltelijk verbetering van de klachten op te leveren. Maar op den lange duur en vooral in het geval van chronische, recidiverende depressieve klachten biedt medicatie geen afdoende oplossing. De kans op terugval werd groter naarmate mensen langer en vaker depressieve episodes hadden gekend. Mindfulness meditatie, zoals dit door Kabat Zinn was aangeboden binnen het kader van een oefenprogramma van acht sessies, bleek in dit opzicht verrassende en hoopvolle nieuwe resultaten op te leveren. Het protocol van Kabat Zinn werd op een aantal punten aangepast en theoretisch beter uitgewerkt en zie daar, een nieuwe behandelmethode voor chronische depressieve klachten was ontstaan! Het is veelzeggend dat deze behandelmethode vrij snel werd ingelijfd door de cognitieve gedragstherapie: men staat in therapieland snel en graag klaar om nieuw gebied te veroveren en te claimen als “onze ontdekking”. Wat voor velen daardoor niet meer zo duidelijk is, is dat de essentie van deze behandelmethode al eeuwenoud is en voortkomt uit een religieuze traditie die minstens twee en een half duizend jaar bestaat. Maar zo gaat het nu eenmaal met meer “ontdekkingen”. De vraag rijst: Hoe komt het dat mindfulness-meditatie recent pas is opgemerkt door de officiële psychologie, terwijl het al een aantal decennia bekend was in onze westerse maatschappij en al vele eeuwenlang intensief werd toegepast binnen andere culturen dan de onze?

Onderzoek naar de effectiviteit van het recent ontwikkelde protocol heeft in ieder geval aan het licht gebracht dat een training van acht sessies significante effecten sorteert bij depressieve klachten en naar verwachting ook een groot aantal andere klachten. Dat betekent dat mindfulness-meditatie in beginsel een niet-specifieke behandelmethode is met een groot potentieel en een breed spectrum aan toepassingsmogelijkheden. In tegenstelling tot andere behandelmethoden en ontwikkelde protocollen binnen de cognitieve gedragstherapie (en andere psychotherapeutische stromingen) is deze manier van werken niet “bedacht” door clinici en onderzoekers aan de hand van zorgvuldige analyse en empirische toetsing. Nee, de basis van deze behandeling, de specifieke meditatie-oefeningen waar het geheel op is gebaseerd, zijn zogezegd “geïmporteerd” vanuit een geheel ander referentiekader, een geheel andere branche van menselijke interesse, nl. een van oorsprong levensbeschouwelijk, religieus en / of filosofisch kader. Het boeddhisme, van waaruit deze oefeningen afkomstig zijn, is niet zomaar te vangen in een kant-en-klare categorie zoals we dat misschien graag zouden willen. Het betreft hier een traditie die zich in de loop der tijden, in verschillende culturele contexten en in geografisch gezien ver uit elkaar gelegen gebieden heeft ontwikkeld. Daarbij zijn vele verschillende en uiteenlopende vormen van beoefening voortgebracht. In bijna al deze soms zeer verschillende richtingen speelt de een of andere vorm van mindfulness meditatie een belangrijke rol. Binnen de zgn. MBCT, de mindfulness based cognitive therapy, wordt mindfulness meditatie weliswaar binnen de context van een duidelijk en afgebakend protocol aangeboden. Om het meer technisch te benaderen zou je kunnen zeggen: men heeft de essentie van deze verschillende meditatieve tradities willen vangen, waarna men deze heeft willen verwerken in een “nieuw product”, namelijk een training van acht sessies. Wanneer we een protocol van acht sessies vergelijken met een filosofische, religieuze en meditatieve traditie van minimaal twee en een half duizend jaar oud dan zou je misschien wel kunnen zeggen dat het een zich tot het ander verhoudt zoals een mug zich verhoudt tot een olifant. We gaan er echter van uit dat de essentie van deze mug dezelfde is als die van de olifant.

 

De kern van mindfulness

Mindfulness wordt algemeen omschreven als oplettende, doelgerichte en niet-oordelende aandacht voor wat zich in het hier-en-nu, van moment tot moment in onze directe ervaring afspeelt. Aandacht is een centraal element in de meeste vormen van meditatie en boeddhistische meditatie in het bijzonder. Aandacht is ook een centraal kenmerk van ons alledaags bewustzijn, zonder aandacht zouden we niet kunnen functioneren. Zelfs dieren, zoals honden en katten, geven blijk van het vermogen tot doelgerichte aandacht, zij het in mindere mate dan mensen. We kunnen stellen dat het zonder meer een exclusief kenmerk van mensen is om de aandacht in hoge mate te ontwikkelen, te verfijnen en te trainen. Het vermogen hiertoe is evolutionair gezien een verworvenheid die alleen de menselijke soort in die mate toebehoort en die samenhangt met de specialisatie van bepaalde hersengebieden en een uitermate hoge organisatiegraad van de hersenen. We kunnen mindfulness-meditatie typeren als het doelbewust trainen en ontwikkelen van het vermogen tot aandacht. Oefening, training, herhaling, volharding etc. blijken in dit opzicht belangrijke aspecten. Net zoals een hardloper zijn vermogen tot het versneld afleggen van grote afstanden traint door regelmatig te lopen, of een beoefenaar van welke sport dan ook, regelmatig traint om zijn vaardigheden en conditieniveau op een hoger peil te brengen, zo vereist de ontwikkeling van mindfulness dagelijkse en regelmatige beoefening. Andere kwaliteiten die in oorspronkelijke boeddhis­tische teksten worden genoemd (en die natuurlijk net zo goed van toepassing zijn op de ontwikkeling van andere vermogens) zijn geduld, volharding, toewijding en bereidheid tot altijd weer opnieuw beginnen. Vanuit het boeddhisme worden er verschillende vormen van aandacht en verschillende vormen van beoefening beschreven. In het boeddhisme bestaan geavanceerde teksten met verfijnde aanwijzingen die van groot nut kunnen zijn voor wie zich in deze materie wil verdiepen. Hoewel mindfulness dus vanuit een min of meer religieuze visie tot ons is gekomen en de beoefening ervan tot voor kort vrijwel uitsluitend binnen een spiritueel kader plaats vond, kunnen we echter met een gerust hart stellen dat de essentie van mindfulness in principe los staat van welke vorm van religie of ideologie dan ook.

 

Mindfulness en het werken met gedachten

We kunnen echter nog een stap verder gaan: Mindfulness is een training van de aandacht waarbij naar gedachten wordt gekeken op een manier die afwijkt van onze gebruikelijke houding. We zijn altijd uitsluitend gewend om gedachten te beoordelen met het oog op hun inhoud. We beoordelen en categoriseren voortdurend de gedachten die zich aan ons bewustzijn voordoen vanuit overtuigingen en vooronderstellingen die we ons in een eerder stadium reeds eigen hebben gemaakt. In het beste geval vragen we ons af of ze wel of niet kloppen, of ze ons iets waardevols te vertellen hebben en of ze van enig nut zijn. Meestal komen we echter niet zover en zijn we ons nauwelijks bewust van de vele automatisch oordelen en halfbewuste gevolgtrekkingen die we maken. De toepassing van mindfulness impliceert de intentionele toepassing van bewuste aandacht, zonder te oordelen, te verwerpen, weg te duwen of andere denkreacties. Vanuit dit perspectief kunnen we heel anders naar gedachten gaan kijken. We kunnen ze gaan zien als processen of gebeurtenissen die zich meestal volkomen automatisch  in ons bewustzijn afspelen en waar we inhoudelijk weinig vat op hebben. Wanneer we proberen te kijken naar de wijze waarop gedachten zich aan ons bewustzijn voordoen (het proces) in plaats van wat de gedachten ons te vertellen hebben (de inhoud) treedt er een verschuiving op in het zwaartepunt van ons bewustzijn. We gaan ons geleidelijk aan minder identificeren met de inhoud van onze automatische en gecondi­tio­neerde denkprocessen en in plaats daarvan raken we meer betrokken bij onze zintuigen, het hier-en-nu, de openheid van het heden.

Een van de fundamentele meditatieoefeningen in het Boeddhisme is het kijken naar gedachten. Het gaat er daarbij om dat we onszelf telkens opnieuw los weten te maken van de inhoud, hoezeer er ook een tendens bestaat om met de aandacht telkens toch weer in de inhoud ervan verstrikt te raken. Wanneer we deze oefening doen kunnen we ook andere vragen gaan stellen: Zijn het er veel of weinig, komen ze snel of langzaam, blijven ze lang hangen of zijn ze snel weer weg, zijn ze licht zijn of donker etc. We kunnen trachten te zien hoe gedachten komen en verdwijnen en opletten of er “gaten” zijn tussen de gedachten: momenten dat er even geen gedachten zijn. De inhoud van gedachten doet er steeds minder toe en we raken minder snel onder de indruk van wat gedachten ons te vertellen hebben. De innerlijke houding die geleidelijk ontstaan wanneer we deze oefening regelmatig doen zorgt ervoor dat de overtuigingskracht van gedachten en denksystemen afneemt. Aangezien ideologieën, religieus, politiek, wetenschappelijk of anderszins, altijd zijn gebaseerd op de inhoud van complexe gedachten en hieraan hun overtuigingskracht ontlenen kunnen we aannemen dat de beoefening van mindfulness ons minder vatbaar maakt voor de aantrekkingskracht en de aanzuigende werking van ideologische systemen van welke aard dan ook. Dit is een niet onbelangrijke conclusie, gezien het feit dat het merendeel der intermenselijke problemen op de een of andere manier samenhangt met verschillen in opvattingen over levensovertuigingen, met ideologieën dus. We kunnen zelfs stellen dat de beoefening van mindfulness van nature haaks staat op iedere vorm van fanatisme, manipulatie of uitoefening van druk (ontaardend in subtiele of grove vormen van geweld), in naam van welke ideologie dan ook.

 

Mindfulness als kernvaardigheid

Ons vermogen om bij onszelf naar binnen te kijken naar wat er zich werkelijk afspeelt wordt belemmerd door de conditionering die zich in de loop der jaren heeft gevormd. We zijn niet langer in staat om te kijken vanuit pure aandachtigheid, oplettendheid en nieuwsgierigheid. Vooropgezette opvattingen en overtuigingen belemmeren ons het zicht en zorgen ervoor dat we alles wat we waarnemen in onszelf voortdurend aan het benoemen, beoordelen en categoriseren zijn. Doordat we gewend zijn om op deze manier voortdurend naar onszelf ( en anderen) te kijken creëren we voortdurend nieuwe problemen in plaats van dat oude problemen worden opgelost. Bij mensen die zich somber voelen leidt dit ertoe dat de somberheid door het piekeren en rumineren wordt aangewakkerd en in stand gehouden in plaats van dat deze erdoor afnemen. Automatische denkactiviteit blijkt een soepele en efficiënte vorm van functioneren van het brein juist in de weg te staan in plaats van dat deze erdoor wordt aangemoedigd.

Dit verklaart, volgens Segal, Williams en Teasdale, hoe het komt dat mensen met recidiverende depressieve klachten er kennelijk niet in slagen om d.m.v. hun gebruikelijke denkactiviteit en mentale vermogens hun depressieve klachten een halt toe te roepen. In tegendeel, de gebruikelijke pogingen om door middel van diep en lang nadenken de problemen op te lossen blijken diezelfde problemen alleen maar te versterken. De (vermeende) oplossing is hierbij dus zelf de hoofdoorzaak van het probleem geworden. Het vele nadenken en piekeren over de depressieve klachten, over mogelijke oorzaken ervan en wat hieraan zoal gedaan zou moeten worden, blijkt zelf de hoofdoorzaak te worden van nog meer sombere gedachten, conclusies en daaruit voortvloeiende sombere gevoelens en gemoedstoestanden. Het denken begint in zichzelf rond te draaien en neurologisch gezien concentreert de hersenactiviteit zich steeds meer in enkele beperkte gebieden waarbij de neurologische ‘loops’ die zijn ontstaan alsmaar sterker ingesleten en moeilijker te doorbreken worden. Er treedt een vernauwing van het bewustzijn op die zichzelf in stand houdt. We kunnen vanuit dit beeld goed begrijpen hoe het komt dat mensen die een depressieve episode doormaken een gebrek aan creativiteit, spontaniteit en ruimdenkendheid aan de dag leggen. De toepassing van mindfulness blijkt deze neerwaartse spiraal te kunnen doorbreken.

De hoofdoorzaak van deze neerwaartse spiraal is het feit dat deze mensen nooit geleerd hebben om de kwaliteit van pure aandacht te onderscheiden van hun gebruikelijke mentale activiteit. De beoefening van pure aandacht is een aspect van het leven dat in onze westerse maatschappij min of meer is ondergesneeuwd en in vergetelheid is geraakt. De opkomst van uit andere culturen afkomstige meditatievormen is er uiteindelijk de oorzaak van geweest dat zelfs vanuit wetenschappelijke hoek aandacht en nieuwsgierigheid is ontstaan voor de werking van mentale technieken die weliswaar een spiritueel geurtje hadden maar die tot verrassing van de onderzoekers mensen blijken aan te zetten tot innerlijke verandering.

Marsha Linehan, grondlegger van de dialectische gedragstherapie, opperde voor het eerst het idee dat we mindfulness kunnen beschouwen als kernvaardigheid. Aandachtsoefeningen worden door haar toegepast als een centraal element in de behandeling van borderline persoonlijkheidsproblematiek. Het idee van mindfulness als kernvaardigheid is theoretisch gezien bijzonder interessant omdat het licht werpt op het feit dat de beoefening van mindfulness een positieve invloed lijkt uit te oefenen op een zeer breed scala van klachten en zeer uiteenlopende vormen van problematiek. Traditioneel gezien wordt vanuit boeddhistische hoek gesteld dat de beoefening van meditatie een uiterst praktische weg is om vermindering te bewerkstelligen van het lijden waarmee ons dagelijks leven onafwendbaar is doordrenkt. Meditatie, mindfulness, aandacht (of welk woord men eraan wil geven) schijnt dus een bevorderlijke, genezende of versterkende werking te hebben op een ieder die zich eraan wijdt, ongeacht de specifieke inhoud van de problemen waarmee iemand worstelt. Mindfulness is een vermogen, een capaciteit of een vaardigheid die aan de basis ligt van andere vermogens en vaardigheden. We kunnen een aantal van deze meer specifieke vaardigheden opnoemen: geheugen, concentratie, inzicht, luisteren, begrijpen, plannen, organiseren, waarnemen etc.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Traditioneel gezien is het in een psychotherapie situatie zo dat de therapeut met de cliënt “meekijkt” in diens binnenwereld om zodoende te kunnen zien wat er scheelt en hoe hier eventueel anders mee om kan worden gegaan. Het “naar binnen kijken” van de cliënt zelf werd benoemd als een introspectieve vaardigheid die het therapieproces kan versnellen en in zekere zin ook een noodzakelijke voorwaarde vormt voor therapeutische vooruitgang. Wanneer we therapie gaan bedrijven vanuit een visie die is gebaseerd op mindfulness kennen we ineens een veel grotere waarde toe aan dit vermogen van de cliënt zelf om naar binnen te kijken. Sterker nog: mindfulness is gebaseerd op bewuste aandacht voor de eigen zintuigen, het eigen lichaam, de eigen denkprocessen. Dit vermogen om naar binnen te schouwen blijkt bovendien allerminst voor eens en voor altijd vast te liggen op een bepaald niveau. De beoefening van mindfulness betekent de systematische en regelmatige toepassing en versterking ervan. De regelmatige beoefening van mindfulness-meditatie versterkt het vermogen om automatische, disfunctionele patronen van denken, voelen en handelen scherp waar te nemen en zonodig bij te sturen. In spiritueel taalgebruik wordt dit ook wel een transformerende werking genoemd. Een van de gevolgen is dat de afhankelijkheid van therapeutische interventies van buitenaf om een veranderingsproces in werking te zetten afneemt. Het hoe en waarom van deze transformerende werking is inmiddels onderwerp van nadere studie. Hersenstudies tonen aan dat de toepassing van bewuste aandacht leidt tot nieuwe verbindingen in de hersenen en vergroting van bepaalde hersengebieden (met name in de frontaalkwab) die verantwoordelijk zijn voor planning, sturing, overzicht en organisatie. De decennia lang gekoesterde opvatting dat bepaalde locaties in het brein onlosmakelijk en exclusief verbonden zijn met specifieke functies en dat er dus weinig tot geen onderlinge verwisselbaarheid mogelijk is aangaande deze functies is bovendien mede door dit onderzoek definitief aan het wankelen gebracht. Het vermogen van hersengebieden om elkanders functies te compenseren en zelfs over te nemen blijkt immens veel groter dan gedacht en wordt tegenwoordig aangeduid met de term neuroplasticiteit. Drie factoren blijken dit vermogen tot neuroplasticiteit te bevorderen: Het opdoen van nieuwe ervaringen en aanleren van nieuwe vaardigheden, intensieve en gevarieerde vormen van lichaamsbeweging (bijv. aerobics) en de toepassing van bewuste aandacht.

Home Mindfulness Cursus MBCT Achtergronden Downloads Links
Home Mindfulness Cursus MBCT Achtergronden Downloads Links